We schreven er al 8 maanden geleden over. Maar vandaag luiden de experts de noodklok: als we nu niets doen aan de insectensterfte, dan wordt de toestand voor ons mensen fataal.
Is het je niet opgevallen? Hoe vaak zie je nog dode vliegen op de auto? Als je naar buiten gaat in de bossen is het soms doodstil. Geen insecten, geen vogels. Nooit meer last van muggen. Dat lijkt prettig, maar is hoogst alarmerend. Er is geen tijd te verliezen.

We lezen op NU.nl:
Het aantal loopkevers afgelopen twee decennia in Drenthe en Noord-Brabant met 72 procent afgenomen.
Het aantal nachtvlinders nam af met 54 procent.
Insectengroepen nachtvlinders en loopkevers bevatten ongeveer 6 procent van alle in Nederland voorkomende insectensoorten.
Deze resultaten zijn in lijn met het Duitse onderzoek (2017) waaruit bleek dat 76 procent van insecten de afgelopen 27 jaar is verdwenen. Insecten sterven 8 keer sneller uit dan andere diersoorten. Natuurmonumenten: “The time is now. We moeten echt iets doen”. “Als insectenpopulaties uiteindelijk echt instorten, gaat dat ook gevolgen hebben voor de rest van de natuur. Insecten vormen de onderste laag van de voedselpiramide. Als je die wegneemt, dan stort de piramide in. Dat betekent niet alleen dat vogels sterven doordat ze te weinig voedsel hebben, maar ook grotere zoogdieren. Het aantal insecten loopt al jarenlang terug. “Er is geen twijfel over mogelijk. Er zijn zo veel internationale studies die de afname van het aantal insecten laten zien.”

Wat moet er gebeuren?
Uit metingen die Natuurmonumenten in verschillende natuurgebieden heeft gedaan, blijkt dat er hogere concentraties stikstof, fosfaat en pesticiden zijn. De schaalvergroting van de landbouw en de manier waarop we ons landschap hebben ingedeeld, helpen niet mee. De akkers zijn nu ontzettend groot en er staat maar één gewas. Voor veel insecten is er niks meer te beleven, tenzij dat gewas hun lievelingskostje is. Aan de randen van de akkers zijn nog wel nuttige insecten te zien, zoals bestuivers of vijanden van plaaginsecten, maar in het midden van de akker niet meer.” Binnen stedelijk gebied is het mechanisch groenbeheer vaak meedogenloos voor de kleine beestjes.

Er dus moeten drastische veranderingen komen. We moeten op een heel andere manier voedsel produceren. Daarbij is het belangrijk dat we een omslag maken naar echt duurzame landbouw. Die aanpassing moet niet op de schouders van boeren rusten, maar op de maatschappij als geheel. De boeren doen niks fout, ze doen alleen wat van hen wordt verlangd. Als de druk om te produceren omlaag gaat, net als de eisen van de consument, dan helpt dat de boeren. Als er ook nog een behoorlijke prijs betaald wordt kunnen de boeren minder bestrijdingsmiddelen toepassen. Een boer zou door een hogere omzet ook sneller geneigd kunnen zijn om de rand van zijn land braak te laten liggen of niet te bemesten, omdat hij het al redt met de rest van zijn oppervlakte grond.” Ook binnen de bebouwde kom is met wat meer beleid heel veel te bereiken, ten gunste van de insecten.

Wij moeten dus verder kijken dan het prijskaartje. Alles zo goedkoop mogelijk is een doodlopende weg.
Kies vooral biologische producten en red de natuur!

Lees voor meer informatie De Groene Amsterdammer